Engagement voert boventoon bij Dak'art

mei 2010 -

In de hal van het museum Théodore Monod in Dakar waar de hoofdtentoonstelling wordt gehouden, staat een grote vogelkooi - met nepvogels. Ndubuisi Nduwhite Ahanonu (1976) uit Nigeria noemt zichzelf een maatschappelijk kunstenaar, een 'cultuuractivist' die zich druk maakt om globalisering, milieu en politiek. "Het gaat me erom hoe de mens de aarde beïnvloedt: waar wij naar olie boren, groeit niets meer. De vissen die wij het liefste eten sterven uit", vertelt hij als hij de dag voor de opening zijn vogelkooi opbouwt. "Tegelijkertijd willen we de natuur en het milieu beschermen, de aarde tot iets moois maken. Dat is met elkaar in tegenspraak. Ik stel dat aan de kaak."

image

'Boundaries Bound' door Mulugeta Gebrekidan. (Foto Fenneken Veldkamp)

In de ruimte naast hem exposeert Moridja Kitenge Banza (DR Congo, 1980), winnaar van de grote prijs van de biënnale. Hij heeft een nieuwe statenbond in het leven geroepen, l'Union des États, met een eigen vlag, wapenschild en munteenheid. Met zijn zelfgemaakte geld kocht hij honderden lepels, die nu aan een muur hangen. Hij bepaalde steeds de prijs van de lepels, een verwijzing naar de scheve handelsverhoudingen in de wereld. Kitenge Banza ziet deze als een nieuwe vorm van slavernij. "Lepels doen me denken aan de manier waarop slaven vroeger in schepen werden 'gestapeld'. En lepels werken als een spiegel", zegt hij, "bezoekers zien hun eigen beeld erin. Accepteer je geschiedenis, wil ik daarmee zeggen, zonder schuldgevoelens. Anders komen we nooit vooruit."

Niet alle kunstwerken op de, overigens kleine, tentoonstelling komen voort uit maatschappelijk engagement. Persoonlijke zoektochten naar identiteit worden evengoed verbeeld. Maar slavernij en migratie blijven in trek als belangrijke bronnen van inspiratie. In die zin is het werk van de Ethiopiër Mulugeta Gebrekidan (1970) verrassend: een doek met verftubes waar prikkeldraad overheen is gespannen; uit de tubes druipt de verf als bloed. "Mijn kunst gaat over barrières, grenzen, en dan vooral de grenzen waar Afrikanen tegenaan lopen. Zoals het feit dat Afrikaanse kunstenaars vaak geen visum kunnen krijgen om naar het buitenland te gaan. Maar het gaat me ook om artistieke vrijheid, om te kunnen maken wat je wilt."

Bij de opening van de tentoonstelling deed Gebrekidan een performance: hij had zich in een militair uniform gehesen en een politielint om zijn kunstwerk heen gespannen. Vervolgens liet hij de genodigden, onder wie de Senegalese minister van Cultuur, niet dichter bij zijn werk komen. Hij ging lijsten met namen na en schudde zijn hoofd. Nee, de naam van de minister stond niet op zijn lijst. Hoe die het opnam? "Hij vond het wel interessant. En uiteindelijk mocht de minister het lint doorknippen."

Dit artikel werd mede mogelijk gemaakt door de Mondriaan Stichting en ZAM Africa Magazine.